In hun laatste drie levensmaanden worden mensen vaak onnodig in het ziekenhuis opgenomen. Volgens huisartsen had een kwart van de opnames kunnen worden voorkomen, blijkt uit onderzoek van gezondheidswetenschapper Ria de Korte-Verhoef. Zij promoveert volgende week aan het VU medisch centrum in Amsterdam.

Ongeveer de helft van de mensen die na een lang ziekbed overlijden, belandt vlak daarvoor in een ziekenhuis. Een derde sterft er ook. Soms betreft het een korte opname, in 40 procent van de gevallen gaat het om een ziekenhuisverblijf van langer dan een week.

Benauwdheid, misselijkheid, braken, darmproblemen en pijn op de borst zijn de voornaamste redenen voor opname van deze patiënten. Daar krijgen ze vaak nieuwe medicijnen of een infuus toegediend, een eenvoudige handeling die de huisarts ook thuis kan verrichten.

Dat die zijn patiënten toch onnodig naar het ziekenhuis stuurt, komt door de complexe situatie waarin de huisarts moet handelen. Vaak is er sprake van een acuut medisch probleem; een darmverstopping bijvoorbeeld. “Daar is ook thuis iets aan te doen. Maar er is stress en de patiënt en zijn naasten willen een oplossing en denken dat ze die alleen in het ziekenhuis kunnen vinden”, aldus De Korte-Verhoef. Het komt ook voor dat patiënten de huisarts omzeilen en zelf een opname regelen of er via de huisartsenpost terechtkomen.

Daarnaast ontbreekt het huisartsen soms aan kennis over het bestrijden van benauwdheid en andere veel voorkomende klachten van terminale patiënten. “Ze bespreken wel vaak pijn met de patiënt, en wat daartegen te doen is. Maar over die andere problemen weten ze kennelijk minder”, zegt de promovenda.

De oplossing ligt volgens haar in ‘anticiperen’. Daarmee bedoelt ze dat de huisarts in een vroeg stadium met de patiënt en zijn naasten moet praten over het verloop van de ziekte, de te verwachten klachten en hoe hij die thuis kan behandelen. Ook scheelt het als de huisarts zijn patiënt vaker bezoekt en de huisartsenpost goed informeert.

Er moet ‘een knop om in het denken’, bij patiënten én de huisarts zelf. Die laatste moet duidelijker ‘markeren dat de dood nadert en dat bespreken met de patiënt’, zegt de promovenda. Ook moet hij duidelijk maken dat er in het ziekenhuis in deze fase niet veel meer te halen is.

Behandeling door de huisarts is goedkoper dan ziekenhuiszorg. Patiënten en hun familie vinden het ziekenhuis ook minder prettig dan hun eigen omgeving. “Het is natuurlijk kostbare tijd. Mensen willen thuis sterven, omringd door hun familie.”

Stervensproces is niet altijd voorspelbaar

Tijdens een avonddienst kwam Lonneke Ketelaar (42), huisarts in Diemen, bij een ernstig zieke patiënt die ze nooit eerder had gezien. “Het was hartstikke druk, en ik merkte dat zijn vaste huisarts niks met hem besproken had. Dan kom je daar en is iemand radeloos van pijn en benauwdheid. En dan zegt hij: ‘Er moet toch iets gebeuren, dit kán zo niet’.”

Dat is zo’n moment, onder druk van stress en familie, waarop een huisarts iemand toch naar het ziekenhuis doorstuurt, ook al weet hij misschien dat de patiënt daarmee niet geholpen is. Het besluit tot zo’n ziekenhuisopname is “lastig en soms jammer en voorkoombaar. Het verloop van een stervensproces is niet altijd voorspelbaar.”

Dat geldt vooral voor mensen met ernstige long- en hartproblemen. “Dan denk je: dit kan best nog een tijd duren en word je door de ziekte en de tijd ingehaald.”

Sommige huisartsen vinden het moeilijk om een gesprek te voeren over de naderende dood en de zorg die zij in dat kader nog kunnen bieden, denkt Ketelaar. “En soms staan patiënten er niet voor open.” Met kankerpatiënten – twee derde van de terminaal zieken – praten huisartsen wel vaak over het levenseinde en thuisbehandeling. Ketelaar: “Bij hen zie je het aankomen.
Bron Trouw 28-8-2014